- Actueel
- Service
- Informatie
- Doelgroepen
- Extra


| Voorlezen |
|
|
|
Voorlezen: de basis voor lezen
Voorlezen aan kinderen maakt van kleintjes grote lezers. Voorlezen bevordert het vertrouwen en versterkt de band tussen ouder/grootouder en kind. Kinderen ontwikkelen door voorlezen vaak een positieve houding over boeken en de kans dat zij later zelf graag zullen lezen wordt vergroot! Dit is heel gunstig, want naast het plezier hebben in lezen, is lezen ook nodig om je te kunnen redden in de maatschappij. Kinderen zijn erg leergierig! In de eerste vier jaar van zijn leven leert een kind ongelooflijk veel dingen: het leert mensen en dingen om hem heen kennen, het leert kijken, luisteren en praten. Het leert emoties als verdriet en plezier kennen en het leert zijn lichaam te coördineren. Boeken kunnen al in een vroeg stadium een leuk hulpmiddel zijn om deze dingen te leren. Voorlezen: U kunt niet vroeg genoeg beginnen! Al voor de allerjongsten zijn er leuke boekjes met eenvoudige rijmpjes of verhaaltjes. Door het voorlezen aan baby’s leren zij al vroeg geluiden herkennen en het reageren op stemmen. De kartonnen babysboekjes over Nijntje (Dick Bruna) zijn erg leuk om mee te beginnen, maar ook Dikkie dik (Jet Boeke) en spet spat, muis! (Lucy Cousins) zijn leuke, korte verhaaltjes, speciaal geschreven voor baby’s. Ook zijn er verschillende zachte boekjes die baby’s op hun eigen manier kunnen ontdekken: door te voelen, er op te sabbelen en er mee te gooien. Voorbeelden hiervan zijn Dag dieren (Dick Bruna) en Kikker is verliefd. (Max Velthuijs) ls het kind iets ouder wordt (1-2 jaar) begint het ontstaan van de woordenschat. Samen lezen, kijken, aanwijzen en benoemen bevordert de taalontwikkeling. Het kind leert verbanden leggen tussen plaatjes in boeken en voorwerpen om hem heen. Door het voorlezen van een verhaal leert het kind om te luisteren en zich te concentreren. Leuke boeken voor deze leeftijd zijn: Jongens/meisjesdingen (Matthijs Immink/Nathalie Faber) Aan tafel met Zaza (Mylo Freeman) en Bibi in de bieb. (Anna McQuinn/Rosalind Beardshaw) Vanaf ongeveer 3 jaar kunnen kinderen naar wat langere verhalen luisteren, doordat zij zich langer kunnen concentreren. Ook gaan zij bepaalde situaties steeds meer in verhalen herkennen. Door zelf het boek vast te houden of de bladzijdes om te slaan, leren kinderen omgaan met boeken. Rond het 4e levensjaar speelt de fantasie een grote rol bij het voorlezen. Werkelijkheid en fantasie lopen erg door elkaar. Kinderen ontdekken steeds meer, willen alles weten en gebruiken hierbij veel fantasie. Leuke boeken waarbij de fantasie wordt gecombineerd met de werkelijkheid zijn: Anton kan toveren (Ole Konnecke) en de Wiebelbillenboogie (Guido van Genechten) Doorgaan met voorlezen Ook als kinderen zelf gaan leren lezen, blijft voorlezen leuk. Soms is een verhaal nog te moeilijk om zelf te lezen, samen lezen kan dan een oplossing zijn. Maar ook als zij alles al zelf kunnen lezen, blijven kinderen het fijn en gezellig vinden om voorgelezen te worden. Het “voorleeskwartiertje” geeft hen een moment van rust en aandacht. Het luisteren naar verhalen helpt de luistervaardigheid en het concentratievermogen ontwikkelen/vergroten. Bovendien kan het voorlezen stimuleren om mee te denken hoe bepaalde problemen opgelost kunnen worden en hoe lastige situaties aangepakt kunnen worden. Selma Noort schrijft boeken voor kinderen van verschillende leeftijden. Vooral de boeken over Mare, Sil en Geerten zijn leuk voor een brede leeftijdscategorie. In deze verhalen maken de broers en het zusje allerlei dingen mee waar kinderen zelf in het dagelijkse leven ook tegen aan lopen. Voorbeelden zijn: Getsiederrie!, Drakensnot met tumtummetjes en Mag ik je spook even lenen? Voorleestips
De nationale Voorleesdagen Doelstelling van deze jaarlijkse campagne is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. De doelgroep zijn ouders van kinderen tussen ½ en 6 jaar. Het ‘kernkind’ is het kind van 3 jaar oud, dat een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf bezoekt.
|